Verslag van de 19 oriëntatiereizen naar Australië, door medewerkers van de emigratie centrales en arbeidsbureaus, gedurende de periode 1953-1990.

door Drs. J.W.F. Fels

juni 2005

Inhoudsopgave

1. Inleiding.............................................................................................................................................. 3

2. Ori‘ntatiereizen in de periode 1953-1955.................................................................................. 3

3. Ori‘ntatiereizen in de periode 1962-1968.................................................................................. 4

4. Ori‘ntatiereizen in de periode 1970-1980.................................................................................. 6

5. Ori‘ntatie-reizen in de periode 1980-1990................................................................................ 8

6. Samenvatting...................................................................................................................................... 8

7. Conclusies......................................................................................................................................... 10

1. Inleiding

De voorlichtingmedewerkers- en medewerksters van de diverse emigratiecentrales en de arbeidsbureaus kregen af en toe de gelegenheid om zich ter plekke in Australi‘ te verdiepen in de situatie van de Nederlandse emigranten. Aangezien hieraan hoge kosten verbonden waren, werden deze ori‘ntatiereizen bij toerbeurt toegewezen. De gemiddelde verblijfsduur in Australi‘ bedroeg ongeveer 3 ˆ 4 weken. Van te voren werd een reisschema opgesteld, in overleg met Nederlandse emigratieambtenaren in Australi‘. Vrijwel altijd werden  meerdere hoofdsteden in Australi‘ bezocht. In en om deze hoofdsteden waren afgezien van Bonegilla ontvangstcentrum, de meeste holdingcentra en hostels gevestigd, waar veel Nederlanders de eerste tijd in Australi‘ onderdak vonden.

Het veelal strakke reisschema varieerde uiteraard per reis. Soms werd de nadruk gelegd op de opvang kampen, vooral in de jaren vijftig en begin jaren zestig. Gedurende deze periode speelden deze een belangrijke rol bij de opvang van veel Nederlandse en buitenlandse emigranten en vluchtelingen na de tweede wereldoorlog. In andere reizen lag het accent op bezoeken aan offici‘le instanties, emigratieambtenaren en kerkelijke leiders. Ook waren er reizen, speciaal gericht op bezoeken aan Nederlandse emigranten en fabrieken, waar veel Nederlanders werkten. Van de voorlichtingsambtenaren, ook wel consulenten genoemd, werd vereist dat ze een rapport schreven, waarin de voornaamste indrukken en ervaringen waren opgenomen. Ieder rapport had uiteraard de stempel van de schrijver of schrijfster. Persoonlijke meningen worden soms ook geuit. De bedoeling van deze ori‘ntatiereizen was dat men betere voorlichting kom geven aan belangstellenden. Of dat ook in de praktijk zo werkte, blijft de vraag. Een reis van 3 ˆ 4 weken in een groot land als Australi‘, kan slechts een indruk geven. In ieder geval heeft men de sfeer van het land geproefd en de enorme afstanden persoonlijk ondervonden. Op de consulenten vergaderingen werden deze rapporten besproken. De 19 ori‘ntatiereizen vonden plaats gedurende een periode van bijna 40 jaar. Om deze reden is dit verslag opgesplitst in een aantal tijd perioden. Het werkelijke aantal ori‘ntatiereizen zal ongetwijfeld hoger zijn geweest. De schrijver heeft echter een 19-tal verslagen kunnen achterhalen.

2. Orientatiereizen in de periode 1953-1955

Globaal gesproken is deze periode te beschouwen als de pioniersfase, waarin vele Nederlandse emigranten als eerste opvang in diverse soorten ontvangstcentra werden geplaatst. Het aantal reizen in deze periode bedroeg 2. Beide reisverslagen gaan voornamelijk over de diverse opvangcentra in Australi‘, welke bezocht zijn. Daarnaast gaat het eerste reisverslag uitvoerig in over het leven aan boord van de Sibajak en de aankomst en procedure in de havens van Fremantle en Melbourne. Beide consulenten hebben Bonegilla ontvangstcentrum bezocht en concluderen dat het er niet slecht is. Wel wordt geadviseerd dekens in de handbagage mee te nemen voor de koude winterperiode van april tot oktober. Tevens iets typisch Nederlands: neem een wandversiering mee om de barak wat gezelliger te maken. Lovend wordt gesproken over de vele voorzieningen in Bonegilla. De gemiddelde verblijfsduur van de Nederlanders is kort 3 ˆ 4 weken. Geadviseerd werd aan consulenten om zelf met de trein van Melbourne naar Bonegilla te reizen om te ervaren hoe de treinreis en aankomst verloopt. Ook wordt Scheyville holdingcentrum (een Rijkslogement voor de vrouw en kinderen, waarvan de man in de stad Sydney werkzaam is) bezocht. Geconcludeerd wordt dat het qua inrichting pover afsteekt t.o.v. Bonegilla. Bepaald slecht werd het eten er bevonden. Scheyville ligt ą 40 mijl ten Noord Westen van Sydney.

Tenslotte werd Woodside holdingcentrum, ą 23 mijl ten Oosten van Adelaide bezocht. Hier hoort men veel gekanker over het weekend huwelijk, waardoor de Nederlanders er zo snel mogelijk uit vertrekken. Tenslotte worden nog de volgende opmerkingen gemaakt: in de eerste plaats wordt het onbegrijpelijk gevonden dat de aankomst van Nederlandse emigranten schepen gepland wordt in de grote kerstvakantie, waardoor men ongeveer 4 weken zonder werk is. Ten tweede: vele emigranten hebben gŽŽn of slecht vertaalde getuigschriften, hetgeen belemmerend werkt bij het vinden van werk. Dit is een taak van voorlichters. Ten derde: leer engels. Ten vierde weinig Nederlandse ouders sturen hun kinderen naar technical colleges, die goedkoop zijn. Ze vinden dat hun kinderen moeten meewerken. Deze jacht naar geld gaat ten koste van hun maatschappelijke carrire. Ten vijfde: Nederlanders zeggen dat je hier geen Australische vrienden krijgt. Dit ligt ook aan de Nederlanders zelf, die vaak als tactloos door de Australi‘rs worden gezien. Australi‘rs zijn behulpzaam. Ten zesde: eigenlijk meer een advies, neem in de handbagage gereedschap mee, dan kan je gelijk aan de slag. Uit het bovenstaande moge blijken dat het hier om nuttige informatie gaat. Problemen worden niet uit de weg gegaan, hetgeen duidelijk blijkt uit de volgende zin: ŇWe geloven dat het nuttig is als de voorlichting in Nederland blijft doorgaan met het voorlichten over de harde begintijd, maar ook over de moeilijke periode ernaÓ.

3. Orientatiereizen in de periode 1962-1968

Gedurende deze periode, de jaren zestig, is een accentverschuiving te zien in de inhoud van de rapporten. De 6 rapporten in deze periode, besteden minder aandacht aan de diverse soorten kampen en meer aandacht aan algemene emigratie aspecten. Slechts in 2 rapporten wordt nog aandacht besteed aan deze kampen. De reden is dat in deze periode de opvang accommodatie verbeterde en de oude kampen langzamerhand gesloten werden. Van Bonegilla ontvangstcentrum werd vermeld dat: het voldoet voor het beoogde doel aan alle redelijk te stellen eisenÓ. Ook Scheyville holdingcentrum werd bezocht, waar geconstateerd werd dat het Engels van de Nederlanders bedroevend slecht was.

De inhoud van deze 6 rapporten zal achtereenvolgens kort worden samengevat. Het eerste rapport (1962) vermeldt dat 115 gezinnen weren bezocht gedurende een reis van 9 maanden. Deze reis had gedeeltelijk een privŽ karakter. Helaas is hier geen overzicht van gemaakt. Wel werd o.a. opgemerkt dat een emigrantenvrouw vertelde  at aar voorlichting in Nederland hoofdzakelijk bestond uit 2 boekjes, die voornamelijk , qua inhoud, ingingen over vakanties waaraan een emigrant juist in de eerste jaren niets heeft.

Verder staat vermeld dat de emigranten van 1950 jaloers zijn op de voorlichting  die nu in Nederland wordt gegeven. 

Het tweede rapport (1962) vermeldt dat de beginmoeilijkheden van emigranten worden vergroot door het (tijdelijk) moeten werken in  een baan buiten het eigen beroep.

Vooral wanneer hier geen rekening mee gehouden is, ontstaat een probleem. Dit is een punt van aandacht voor de voorlichting in Nederland, wordt opgemerkt.

Verder worden zaken als werkgelegenheid, huisvesting, buildingsocieties, onderwijs, kerkelijke hulp, heimwee en het zg. vrijgezellenprobleem besproken.

Het derde rapport (1963) vermeldt o.a. dat men niet een te optimistisch beeld van de emigratie "resultaten" moet geven. Vooral de eerste jaren zijn moeilijk in Australi‘, men komt in een nieuwe geloofs- denk- levens- en wereldsituatie terecht.

Het vierde rapport (1964) vermeldt dat er maar weinig aspecten van het economisch leven zijn, waaraan de Nederlandse emigranten in Australi‘ niet met succes deelnemen - uit onderzoek naar de zelfstandige vestiging onder de Nederlandse emigranten in Australi‘, waarbij meer dan 1000 bedrijven waren betrokken, is gebleken dat ongeveer 30% van alle Nederlandse bedrijven tot de bouwnijverheid behoort.

De snelle bevolkingsaanwas verzekert een voortdurende vraag naar woningen in Australi‘.

Nederlanders met restaurants, milkbars etc komen op de tweede plaats van dit onderzoek.

Onder de Nederlandse emigranten valt een drang naar zelfstandige vestiging op, welke in Nederland vaak niet mogelijk was, door allerlei belemmeringen.

Tenslotte wordt opgemerkt dat de teleurstellende ervaringen van relatief weinigen in de publiciteit meer aandacht krijgen dan de geslaagde vestiging van de meeste andere. Een hierop gebaseerde opinievorming omtrent het welslagen van de emigratie vertekent echter het ware beeld.

Het vijfde rapport (1968) gaat o.a. in over de Nederlandse voorlichting.

Hierover kreeg men gemengde reacties te horen. Enerzijds kreeg men te horen, dat op sommige cursussen in Nederland niet werd uitgelegd en de leraar alleen maar lesboekjes opdreunde.

Anderzijds was men goed te spreken over de verkregen voorlichting en afwikkeling van de emigratie aanvraag.

Hierbij werd opgemerkt dat kritiek en waardering zeer sterk bepaald worden door de mentale instelling van de emigrant en zijn gezin.

Emigreren is gŽŽn gemakkelijke bezigheid en trekt een zware wissel op de karaktereigenschappen van man en vrouw.

Het zesde rapport (1968) beschrijft de ervaringen in de verschillende staten van Australi‘. Van West-Australi‘ wordt opgemerkt dat deze staat te kort gedaan wordt in de voorlichting.

De grond

De grondstoffen boom aldaar wordt vermeld, West-Australi‘ is zeer rijk, gezegend met verschillende grondstoffen, waaronder vooral ijzererts.

Verder wordt over deze staat vermeld dat de meeste kerkmensen (Nederlandse emigranten) verdwijnen naar "the church around the corner". In de staat Victoria is er volop werkgelegenheid en huisvesting, wordt vermeld.

In New South Wales verneemt men dat sommige oudere emigranten zich wat laatdunkend uitlaten over de nieuwe emigranten. Zij kunnen over betere faciliteiten beschikken. De oudere emigrant uit 1950-1951 kwam veelal in een barakken kamp terecht.

Dat Nederlanders te goed zijn voor het vuile werk, blijkt bij de staalfabriek te Port Kembla. Van de 9500 emigranten werken er slechts 316 Nederlanders daar.

Tenslotte vermeldt men over Tasmanie dat de Nederlanders er de bouwsector hebben gemoderniseerd. De eigen kerken en scholen van de Gereformeerden vormen een barrire voor de assimilatie aldaar.

4. Ori‘ntatiereizen in de periode 1970-1980

In deze periode is er een teruggang te zien in het aantal vertrokken emigranten. Gemiddeld vertrokken er per jaar 1212 emigranten met als dieptepunt het jaar 1974 met slechts 414 emigranten.

Waarschijnlijk was de eerste oliecrisis van 1973 hier de oorzaak van.

In de periode 1960-1970 vertrokken er gemiddeld 3183 emigranten per jaar. Na 1956 nam de emigratie naar Australi‘ af, waarschijnlijk als gevolg van de gestegen welvaart in Nederland.

De 6 rapporten in de periode 1970-1980 zijn sterk verschillend van inhoud en leggen accenten op verschillende terreinen.

In het eerste rapport van 1971 wordt de nadruk gelegd op het ingrijpende emotionele aspect van emigratie.

Zo wordt opgemerkt dat emigreren een emotioneel diep ingrijpende aangelegenheid is. In de eerste werkkring moet de emigrant veel leren. Hij moet de gewoontes en eisen die het land stelt aan kwaliteit, menselijke verhoudingen etc leren kennen.

In deze nieuwe situatie leert hij zichzelf ook kennen.

Meestal zal hij hierbij geholpen moeten worden. Dit is voor de meeste Nederlandse emigranten een teleurstellende ervaring.

Zodra de emigrant dan ook enigszins de weg leert kennen, zal hij een andere werkkring zoeken, waar hij geen herinneringen heeft aan het feit, dat hij hulp nodig heeft gehad.

In dit rapport, waar de emigratie consulent gesproken heeft met ruim 70 Nederlandse emigranten, wordt o.a. opgemerkt dat velen van hen zich hebben afgevraagd:

"Waarom emigreerden wij, was het de moeite waard?"

Sommige emigranten twijfelden aan het nut van deze ori‘ntatiereis:"In 3 weken Australi‘ doen en dan maar voorlichten in Nederland?"

In 2 andere rapporten wordt verslag gedaan over de economische situatie in Australi‘. Dit is niet verwonderlijk, gezien de eerste oliecrisis in 1973, welke wereldwijd negatieve economische gevolgen had.

Zo wordt opgemerkt in een rapport van 1973 dat de economische ontwikkeling in Australi‘ van 1945 tot 1973  "ups" en "downs" heeft gehad.

Een periode van hoogconjunctuur duurde in het algemeen niet langer dan 4 a 5 jaar en werd dan weer gevolgd door een periode van laagconjunctuur van ongeveer 2 jaar. De oorzaak hiervan lag vooral in de grote schommelingen in de wereldmarktprijzen van agrarische producten die vooral vroeger het grootse deel van de Australische export uitmaakten.

Verder wordt vermeld dat de invoerrechten in Australi‘ met 25% verlaagd zijn, waardoor de invoer van vooral Japanse electronische producten gestegen is. Ook de uitvoer van Australische producten is gestegen.

Weer een ander rapport legt de nadruk op de erkenning van de vakbekwaamheid in Australi‘ en de rol van de vakbeweging (1977).

De vakopleiding en de erkenning van de vakbekwaamheid in de diverse beroepen zijn in iedere staat afzonderlijk bij de wet geregeld.

Het met gunstig gevolg afleggen van een "trade test" in Nederland is geen garantie dat men in elke staat van Australi‘ zonder meer als vakman wordt erkend. De "local trade committees" beschouwen het in Nederland afgegeven bewijs niet anders dan als een advies, waaraan men zich geenszins gebonden acht. Men acht zich volledig gerechtigd opnieuw een "trade test" af te nemen.

Personen die zelfstandig gevestigd zijn, hoeven geen lid te zijn van een van de 600 gevestigde "Trade Unions" in Australi‘.

Tenslotte wordt in dit verband opgemerkt dat het voor speciaal nieuw aangekomen emigranten een probleem is, dat er zoveel wordt gestaakt in Australi‘. Dit betekent minder verdiensten in de toch al zo moeilijke beginperiode.

In een ander rapport (1977) wordt opgemerkt dat de opvang in Australi‘ een grote rol speelt bij het slagen van emigranten in Australi‘. De emigranten in de periode 1950 tot 1965 hebben dan ook meer aanpassingsmoeilijkheden gehad dan diegenen, die na 1965 zijn ge‘migreerd.

Verder wordt hierin vermeld dat het groot verschil uitmaakt of men als vakman dan wel als half- of zelfs als ongeschoolde is vertrokken. De meesten hebben het er goed van afgebracht. De vakman beter dan de half- of ongeschoolde. De ongeschoolde arbeiders zijn er niet veel beter aan toe in Australi‘.

Ze maken veel overuren en wonen in minder mooie wijken.

Het laatste rapport (1978) gaat in op een zeer specifiek onderwerp.

De rapporteur ontving de volgende opdracht: onderzoek en inventarisatie van door Nederlandse clubs en verenigingen ontwikkelde activiteiten, de behoefte daarbij aan steun vanuit Nederland en de bereidheid om over en weer materiaal beschikbaar te stellen.

Het bezoek aan Australi‘ was alleen ori‘nterend van aard en er konden gŽŽn conclusies uit worden getrokken.

In het rapport wordt o.a. ingegaan op de volgende onderwerpen: radio en televisie in Australi‘ voor etnische groeperingen, Nederlandse taalcursussen, volksdansgroepen en folkloristische manifestaties, Dutch Australian Weekly en bezoek van ouders en familieleden.

5. Orientatie-reizen in de periode 1980-1990

Gedurende deze periode bedroeg het gemiddeld aantal emigranten per jaar 1554 tegenover 1212 in de periode 1970-1980. Deze stijging is voornamelijk te danken aan de periode 1980-1983. Gedurende deze 3 jaren bedroeg het gemiddelde aantal emigranten per jaar 2786.

De economische recessie van 1981 in Australi‘ maakte voorgoed een einde aan de opleving in het aantal emigranten begin jaren tachtig.

Deze periode was tevens de laatste fase van de na-oorlogse emigratie naar Australi‘.

Kort na 1990 werd de Nederlandse Emigratiedienst opgeheven.

Gedurende deze periode konden vijf rapporten van ori‘ntatiereizen achterhaald worden.

In het algemeen gesproken gaan de rapporten hoofdzakelijk in op specifieke onderwerpen, zoals de rol van de Katholieke kerk in Australi‘, de mogelijkheden van Nederlandse emigranten om een landbouwbedrijf te stichten aldaar en de beroepserkenning van hogergeschoolde Nederlandse emigranten.

Wat het laatste onderwerp betreft wordt geconcludeerd dat Nederlandse academici weinig moeite hebben met de beroepserkenning. In dit rapport van 1986 wordt ook vermeld dat een HBO-opleiding in Australi‘ niet erkend wordt.

Een ander rapport vermeldt dat door deze ori‘ntatie-reis meer inzicht verkregen is in het hele emigratie-proces.

Een rapport van 1990 tenslotte geeft aan dat de economische situatie in Australi‘ niet gunstig is. Gesproken wordt over een recessie aldaar.

6. Samenvatting

In dit verslag worden rapporten van 19 ori‘ntatie-reizen naar Australi‘ besproken. Deze reizen werden gemaakt door voorlichtingsambtenaren van de diverse emigratie-centrales en arbeidsbureaus.

Het doel van deze reizen was om zelf een beter inzicht te krijgen in het emigratie-proces. Met deze ervaring werd gehoopt dat men na de reis betere voorlichting kon geven aan toekomstige emigranten. Van deze reizen werd een rapport gemaakt welke besproken werd op de zg. consulentenvergaderingen. Zodoende hoopte men dat de ervaringen werden uitgewisseld.

Tot begin jaren zeventig werden de reizen ook nog per schip gemaakt. Daarna reisde men uitsluitend per vliegtuig. Meestal verbleef men 3 ˆ 4 weken in Australi‘.

Ieder rapport droeg uiteraard de stempel van degene, die dat rapport had opgesteld.

Persoonlijke meningen werden dan ook geuit.

De 19 rapporten werden geschreven gedurende de periode 1953-1990.

Gedurende deze lange periode is er veel veranderd in het emigratie gebeuren. Om deze reden zijn de rapporten in 4 perioden opgesplitst.

In de eerste periode van 1953-1955, welke nog als de pioniersfase beschouwd kan worden, werden hoofdzakelijk de diverse opvangcentra in Australi‘ bezocht.

Het grote Bonegilla ontvangstcentrum wordt bezocht en geconcludeerd wordt dat het er niet slecht is. In de rapporten worden een groot aantal adviezen gegeven aan toekomstige emigranten om het verblijf in Bonegilla en andere kampen zo goed mogelijk door te komen.

De tweede periode, van 1962 tot 1968, besteed al minder aandacht aan de diverse opvangkampen. De reden hiervan is dat gedurende deze periode de accomodatie verbeterde en de oude kampen langzamerhand gesloten werden. Nieuwe accomodatie kwam hiervoor in de plaats.

Bonegilla wordt ook in deze periode niet ongunstig beoordeeld.

Over de voorlichting in Nederland kreeg men gemengde reacties te horen. Hierbij werd opgemerkt dat kritiek en waardering over de voorlichting sterk bepaald worden door de mentale instelling van de emigrant.

De Nederlanders hebben een grote drang naar zelfstandige vestiging in Australi‘, vooral in de bouwsector en de horeca zijn de Nederlanders actief. Ze hebben echter geen zin in het vuile werk, dit laten ze over aan andere emigranten, bv. Oost-Europeanen.

Een punt van aandacht voor de voorlichting in Nederland is, dat men rekening moet houden met het (tijdelijk) werken in een ander beroep, dan waarvoor men opgeleid is. Dit vergroot de beginmoeilijkheden voor de emigrant.

Tenslotte wordt vermeld dat de emigranten van 1950 jaloers zijn op de voorlichting die nu wordt gegeven in Nederland. Ook vinden zij dat de latere emigranten het beter hebben qua opvang. De oudere emigranten kwamen veelal in een barakken kamp terecht.

De derde periode, van 1970-1980, laat een duidelijke teruggang zien in het aantal Nederlandse emigranten naar Australi‘.

Vertrokken er in de periode 1960-1970 nog gemiddeld 3183 emigranten per jaar naar Australi‘, in de periode 1970-1980 was dat aantal gedaald tot 1212.

Het aantal ori‘ntatie-reizen bleef echter hetzelfde, nl. 6.

Ook in de periode 1962-1968 werden 6 ori‘ntatie-reizen besproken.

De gestegen welvaart in Nederland is waarschijnlijk de belangrijkste reden geweest in de dalende belangstelling voor emigratie. Na 1956 verminderde de belangstelling voor Australi‘ overigens al. In dat jaar vertrokken nog bijna 11000 emigranten naar Australi‘.

In de rapporten in de periode 1970-1980 wordt o.a. aandacht besteed aan het ingrijpende emotionele aspect van emigratie. De emigrant moet de verschillende gewoontes van het nieuwe vaderland leren kennen en leert daarbij zichzelf ook kennen.

Vele emigranten hebben zich afgevraagd waarom ze emigreerden.

Getwijfeld werd aan het nut van een ori‘ntatie-reis van 3 weken in een uitgestrekt land als Australi‘.

De economische situatie krijgt veel aandacht in deze periode.

De eerste oliecrisis van 1973 heeft ook een negatieve invloed op Australi‘. De periode 1945-1973 kent veel "ups" en "downs" in de economische ontwikkeling van Australi‘.

De vakopleiding en de erkenning van de vakbekwaamheid in Australi‘ krijgen aandacht. Hierbij wordt opgemerkt dat een met goed gevolg afgelegde "trade test" in Nederland gŽŽn garantie is dat men in Australi‘ als vakman wordt erkend. In dit verband wordt opgemerkt dat de vakman in Australi‘ het er beter heeft afgebracht dan de half- of ongeschoolde.

In de laatste periode, van 1980-1990, worden er toch nog 5 ori‘ntatie-reizen gemaakt.

Dit is waarschijnlijk te danken aan het gestegen aantal emigranten t.o.v. de periode 1970-1980. Deze stijging werd grotendeels veroorzaakt in de periode 1980-1983, toen gemiddeld per jaar 2786 emigranten vertrokken. De economische recessie in Australi‘ van 1981 maakte hieraan echter een einde. Het strengere toelatingsbeleid van Australi‘ is hier echter ook debet aan. De scherpere selectie normen waren weer een gevolg van de economische recessie.

De rapporten in deze periode behandelen hoofdzakelijk specifieke onderwerpen, zoals de rol van de Katholieke kerk in Australi‘, de landbouw in Australi‘ en de mogelijkheden hierin voor de Nederlanders en de beroepserkenning van hoger geschoolde Nederlanders. Hierbij wordt opgemerkt dat academici weinig moeite hebben met de beroepserkenning. Een HBO-opleiding wordt echter niet erkend in Australi‘.

7. Conclusies

1.          Over de voorlicDecembDecembererhting in Nederland wordt verschillend geoordeeld in Australi‘

2.          Het Bonegilla ontvangstcentrum krijgt gŽŽn negatief oordeel.

3.          In de rapporten worden nuttige adviezen gegeven, die van belang zijn voor de

voorlichting in Nederland.

4.          Door de ervaringen opgedaan tijdens de ori‘ntatie-reizen werd men voorzichtiger en genuanceerder in de voorlichting. Dit bleek uit gesprekken met drie oud-voorlichters.

5.          De individuele voorlichter heeft in ieder geval een betere indruk gekregen van het

emigratie-proces in Australi‘. Dit is vooral het geval wanneer er gesproken is met

Nederlandse emigranten.

6.          Getwijfeld wordt of een reis van slechts 3 a 4 weken voldoende is geweest om een

gedegen indruk te krijgen van Australi‘.

Het veelal overladen programma met bezoek aan verschillende steden, kan vaak

niet anders dan een oppervlakkige indruk geven.

7.          Hoe het emigratie-proces in werkelijkheid verloopt, kan men alleen ervaren door

zelf te emigreren.

8.          Opmerkelijk is dat de ori‘ntatie-reizen tot het eind bleven doorgaan, ondanks de

sterk verminderde belangstelling om te emigreren.

VERVOLGD HIER